Roadtrip op Sal, Kaapverdië

(We zijn vlak voor het begin van onze camperreis, maar toch plaats ik nog graag een verhaal over onze vakantie in Kaapverdië, van maart 2016. Het volgende bericht zal vanuit de camper komen!)

Als je in de winter een vakantie zoekt met gegarandeerd zon, warmte en kindvriendelijkheid waarvoor je niet al te ver hoeft te vliegen, zijn er niet zo heel veel opties. Maar Kaapverdië is er zeker een van. Met rechtstreekse vluchten vanaf Amsterdam doe je er tussen de zes en zeven uur over.

Veelzijdige archipel

Wij kiezen voor het eiland Sal om een week van de zon te gaan genieten. Dit is samen met Boa Vista het meest op toerisme gericht van alle negen bewoonde eilanden die de archipel telt. Ze verschillen onderling sterk van elkaar; van de groene bergen en tropische valleien op Santo Antao en Sao Nicolau tot de langgerekte witte stranden met een azuurblauwe zee op Sal en Boa Vista – er is voor iedereen wel een passende bestemming te vinden. Een bijkomend voordeel van rechtstreeks vliegen i.p.v. via bijvoorbeeld Gambia, is dat je geen vaccinatie voor gele koorts hoeft te hebben. Zelfs met alleen een tussenlanding in Banjul is deze verplicht en dit wordt gecheckt bij aankomst in Kaapverdië, vertelt een medewerker van Thuisvaccinatie ons. Vaccinaties die wel vereist zijn, zijn die voor DTP en Hepatitis A en B.

Woestijneiland

Sal is een gortdroog eiland, dat wordt direct duidelijk als je er bijna bent en het vliegtuig Sal uit de luchtde landingsbaan opzoekt. Naar buiten kijkend zie je een grote woestijn met hier en daar een klein plaatsje. Het toerisme concentreert zich in Santa Maria, in het uiterste zuiden. Hier liggen, net buiten het dorp, de hotels langs het kilometers lange witte strand. Hoogbouw is er niet en een boulevard zoals aan de Spaanse costa’s hoef je hier ook niet te verwachten. Het voelt allemaal nog best authentiek aan, het blijft toerisme op kleine schaal. De grote RIU hotels liggen wat verder verwijderd van Santa Maria, die zie je niet als je dichtbij het plaatsje verblijft. Wij verblijven in een betrekkelijk nieuw hotel, Oasis Salina Sea, dat een zwembad met apart kinderbad heeft en direct aan het strand en dichtbij het dorpscentrum ligt. Santa Maria is een kleurrijk plaatsje met een grote variatie aan prima en kindvriendelijke restaurants. Wel zijn er veel vrij hardnekkige straatverkopers, die allemaal willen dat je bij hun kraam al je souvenirs koopt.

Wat gaan we doen?

Naast rondhangen op het strand of bij het zwembad, zijn er op Sal nog veel meer mogelijkheden om jezelf bezig te houden. Vanuit Santa Maria – en vaak ook je hotel – kun je allerlei excursies boeken, zoals zeiltochten, duikexcursies, quadbike tours, glass bottom boat tours en allerlei watersporten. Wil je het eiland verkennen maar heb je geen zin om met een hele groep in een bus te zitten? Het kan ook heel gemakkelijk met een huurauto. Het eiland is compact, er zijn maar een paar hoofdwegen – in prima conditie – en de afstanden tussen de bezienswaardigheden zijn niet groot.

In Santa Maria boeken wij bij een kleine touroperator een dag van tevoren autohuur voor één dag. Een Suzuki Jimny gaat het worden, met de vermelding dat we een autostoel voor een peuter nodig hebben. De volgende dag begeven we ons naar de verhuurder, die bij het Morabeza hotel blijkt te horen. De schattig kleine 4WD staat al klaar voor vertrek, maar de kinderstoel zit er nog niet in. Het verzoek is niet doorgekomen; gelukkig kan hij nog net één stoel van bovenop een kast vandaan plukken.

De woestijn in

Na de tank volgegooid te hebben rijden we de enige weg op die je van Santa Maria naar de rest van het eiland brengt. Murdeira is onze eerste stop. Dit plaatsje lijkt puur uit eentonige appartementen te bestaan, aan een perfect ronde baai waar het prettig pauzeren is. Er is een schooltje met een speeltuin maar het hek is op slot. Snel verder dan maar. Eerder hebben we over een strandje gelezen waar je goed moet kunnen snorkelen. Dat is aan ons wel besteed dus we gaan ernaar op zoek. Iets ten noorden van Murdeira is een rotonde, maar dit is een groot woord want linksaf en rechtsaf zit je direct op gravelwegen. We gaan linksaf. De weg is niet moeilijk te volgen, al bevinden we ons nu wel in een bruingrijs woestijnlandschap. Het is af en toe heuvelig, licht begroeid en verrassend gevarieerd. Het steekt prachtig af bij de blauwe lucht, en de Suzuki Jimny houdt het hier prima uit. Jens is door het gehobbel al snel in slaap gevallen. Voor de uitstulping aan de westkust (Monte Leao) moet het strandje zich bevinden, en we vinden het zonder veel moeite. Dit ziet er veelbelovend uit. Jens slaapt na onze woestijnrit nog altijd; om en om gaan we het water in met de duikbril en snorkel. We worden niet teleurgesteld, overal zien we vissen. Grote en kleine, in grote en kleine scholen. De kleuren zijn niet al te uitbundig maar het is toch ontzettend leuk dat we dit gevonden hebben. Als Jens wakker is geworden loopt hij nog een poosje lekker over het strand te banjeren. Na deze verfrissende stop rijden we terug naar de hoofdweg, op weg naar Espargos, de hoofdstad van Sal. De huizen ogen armoedig, het is geen fraaie plaats. We lunchen er in een gemoedelijk restaurantje waarna we onze weg vervolgen.

Een blauw oog

We rijden door naar Palmeira aan de westkust. Vanuit deze havenstad vertrekken veerboten naar omliggende eilanden, en we zien ook prachtige bontgekleurde huizen. Lang stoppen we hier echter niet, want we willen wat tijd besteden bij het vijf kilometer noordelijker gelegen Buracona. Hier vind je ‘Olho Azul’ ofwel ‘The Blue Eye’; vulkanische rotsformaties aan zee die zo gevormd zijn dat rond het middaguur het water er schitterend azuurblauw glinstert, als de zon er op schijnt. Wij zijn er iets later dus zien dat blauwe oog niet in al zijn pracht, al blijft het een mooi natuurverschijnsel. Je kunt hier zwemmen tussen de rotsen maar de aanblik van het wilde water houdt ons aan de kant. Een verkoper – ook hier hebben ze hun kramen uitgestald – is uiterst vriendelijk en wil ons meenemen voor een wandelingetje over de rotsen naar een mooie plek aan het water. Weigeren lukt haast niet en we zijn wel in voor een kleine klauterpartij. Mooi is het inderdaad. Jens ziet er tientallen krabbetjes over de rotsen lopen. Terug bij het begin komt het onvermijdelijke moment dat onze ‘gids’ als tegenprestatie verwacht dat we iets bij zijn kraampje kopen. En dat waren we niet van plan. Wat Escudos als dank voor de wandeling wil hij na lang aandringen toch wel aannemen, maar blij is hij niet. Hij wil waarschijnlijk harde Euro’s verdienen – die worden op Sal op veel plekken geaccepteerd.

Zoutbaden

Hierna is het tijd voor de laatste stop van onze roadtrip: Salinas de Pedra de Lume, in het oosten. Het eiland Sal dankt zijn naam aan de zoutwinning die hier van 1804 tot 1984 in volle gang was. De zoutpannen zijn ontstaan uit een natuurlijk zoutmeer en liggen in de krater van een vulkaan. Nu zijn ze een toeristische attractie. Je betaalt €5 per volwassene aan entree, waarna je de lange toegangsweg oploopt, onder een poort door de krater in. Het aanzicht van de witte zoutpannen in de bruine krater is behoorlijk surrealistisch, het steekt prachtig af tegen de immer knalblauwe lucht. Onze timing – eind van de middag – is prima, want midden op de dag kan het hier naar verluidt stervensdruk zijn. Leon en ik dobberen even in het ontzettend zoute water, wat een heel grappige gewaarwording is. Net als de zon is de wind echter ook altijd aanwezig op Sal, en vandaag vormt daarop geen uitzondering. Met soms van die harde vlagen, die behoorlijk irritant worden na een hele dag in de buitenlucht. Ook voor Jens is dat geen pretje dus we houden het niet al te lang uit bij de zoutpannen. Maar het is dan ook wel mooi geweest. In onze fijne mini-jeep rijden we terug naar Santa Maria, terug naar het hotel. De autohuur is voor 24 uur dus pas de volgende ochtend hoeven we hem terug te brengen.

Ondanks dat (of juist omdat?) Sal een droog eiland is met nauwelijks begroeiing is het prachtig, en zeer de moeite waard om een dag te verkennen met een huurauto. Door de kleine afstanden ben je nooit erg lang aan het rijden, wat met name voor Jens heel fijn is. Het was voor ons alle drie een geslaagde dag.

Wij hebben een weekje enorm genoten van de zon, de zee en het strand, in een mooi hotel bij het fijne Santa Maria. Ik kan iedereen een zonvakantie op Sal aanbevelen, zeker ook met kleine kinderen.

Gereisd: maart 2016

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s