#09 | Laatste Griekse dagen en de Balkan in

Route: Kalamitsi – Palaria Sikia (Griekenland) – Demir Kapija (Macedonië) – Vranje – Jagodina (Servië)

De reis gaat een interessante fase in – we verlaten de E.U. en komen in Macedonië en Servië. Twee landen die niet direct bekend staan als een toeristische bestemming, met het meer van Ohrid in Macedonië als uitzondering. Twee landen ook waar we weinig van weten, maar waar we daarom des te nieuwsgieriger naar zijn.

Hier kunnen we niet profiteren van dataroaming die recent kosteloos geworden is en kunnen we ook onze eigen wifi router niet gebruiken. Voor dataroaming mag ik met mijn Simpel abonnement maar liefst €7,62 per Mb betalen. Kortom, we zijn afhankelijk van wifi op de campings. Die is er gelukkig wel steeds maar werkt lang niet altijd optimaal. Mede daarom heeft deze blog wat langer op zich laten wachten.

Twee campings op Sithonia

De laatste vier dagen in Griekenland brengen we door op twee verschillende campings. Met Thalatta Camp in Kalamitsi zijn we blij en we genieten de eerste dag van het zwembad en het strand. Ik ben zeer gecharmeerd van de rij tipi-achtige huurtenten op het strand. Wel valt het op dat er veel Bulgaren op deze camping zijn, die in het voorbijgaan finaal langs je heen kijken in plaats van je te begroeten. Zo zijn we het niet gewend en het voelt niet echt prettig. Maar goed, Jens vindt het zwembad heerlijk en verder is alles hier ook dik in orde.

Thalatta Camp zee
Een prachtige zee bij Thalatta Camp
Thalatta Camp tenten
Knusse huurtenten op het strand

Tot Jens diezelfde dag huilend uit de speeltuin terugkomt. Zijn fiets is gestolen. Na even doorvragen herinnert Jens zich dat een meisje met zijn fiets wegliep toen hij naar ons terugliep. En hij weet ook dat ze ‘een rood shirt’ aan had. We spotten haar een tijdje later weer in de speeltuin – met haar knalrode ‘shirt’ (lees: jurk) valt ze genadeloos door de mand – en na enig aandringen weten we haar over te halen om te laten zien waar de fiets is. Gek genoeg verstaan ze perfect Engels; haar vriendinnetje en partner in crime houdt bij hoog en laag vol dat “we don’t know where the bike is!” Maar rood jurkje vertrekt zwijgend, langzaam en af en toe achterom kijkend, op haar eigen fiets. Wat volgt is nogal surrealistisch: Jens, Léon en ik lopen de halve camping over, achter een fietsend meisje aan van hooguit 8 jaar, en ergens tussen wat huisjes ligt – héél goed verstopt – de fiets van Jens. Sjonge, die hadden we nooit meer terug gezien als Jens zich dat meisje niet had herinnerd. Deze crimineeltjes in de dop geven kennelijk niet erg veel om andermans bezit.

Léon stelt ’s avonds voor om de volgende dag te verkassen – hij heeft het wel gehad hier. Daar moet ik heel even over nadenken maar snel ben ik om. We rijden tien hele kilometers verder op Sithonia en komen aan bij camping Melissi in het plaatsje Palaria Sikia. Het is een goede beslissing om hier te komen. Het is hier gemoedelijk en kleinschalig, de eigenaren zijn vriendelijk, net als de campinggasten. Slechts een rustige weg en een klein duingebied scheiden de camping van het strand. We fietsen een klein stukje naar een prachtige kleine baai en eten heerlijk Grieks op onze laatste avond in Griekenland.

Melissi strandwandeling
Een strandwandeling vanaf camping Melissi
Melissi baai klimmen
Met papa op de rotsen klimmen
Melissi baaien
Prachtige baaien vlakbij de camping
Melissi uit eten
Ons laatste avondmaal in Griekenland
Kamperen tussen de geiten

Wanneer we camping Melissi verlaten, hebben we nog de helft van schiereiland Sithonia voor de boeg. Waar we dan rijden hebben we prachtig uitzicht op Mount Athos, de berg op het gelijknamige schiereiland (‘de derde vinger’ van Chalkidiki). Athos is grotendeels niet toegankelijk voor vrouwen omdat er een klooster gevestigd is. Mannen die het willen bezoeken moeten een afspraak maken met de monniken.

Melissi mt athos
De mystieke berg Athos gezien vanaf Sithonia

Dan is het zover: we gaan de grens over naar Macedonië, dus de E.U. uit en de Balkan in. Bij de grensovergang is het druk, maar het is niet chaotisch of onoverzichtelijk. Het laten zien van paspoorten en groene kaart volstaat en we doen er in totaal een half uur over.

Noord-Griekenland was verlaten, vlak en niet mooi. Macedonië is direct een stuk mooier; groen en heuvelachtig. Wel is het net zo verlaten, en dat zou heel de rit over de Macedonische autoweg (soms snelweg) niet meer veranderen. Een weg overigens die behoorlijk lastig rijdt met de spoorvorming die constant opduikt. Sommige stukken zijn wel goed, en niet geheel toevallig staat daar dan een bord bij dat de E.U. dit wegenproject ondersteunt.

Het was niet eenvoudig om vooraf een camping te vinden die op een acceptabele rijafstand ligt van ons beginpunt – camping Melissi. Ik vind er eentje die eigenlijk geen camping is, maar waar we wel kunnen kamperen. Alex is een klimgids die zijn eigen expedities leidt en daarbij accommodatie aanbiedt – voor klimmers en niet-klimmers – op zijn ‘Rock Land Camp’. Het ligt aan de rand van het dorp Demir Kapija, dat omgeven wordt door ruige en niet al te hoge bergen. Ik kan me voorstellen dat daar prima geklommen kan worden.

Alex weet van onze komst en verwelkomt ons. De ‘camping’ is niet meer dan een weiland achter een huis waar we de camper neer kunnen zetten. Van de achterkant kunnen we het huis binnen waar we gebruik mogen maken van een ouderwets keukentje, twee douches en wc’s. Het volstaat prima voor een nacht en we vinden het wel leuk voor de afwisseling. We zijn de enige gasten – ons gezelschap bestaat uit twee geiten en meerdere honden.

RLC ingang
De ingang van Rock Land Camp
RLC plek
Onze plek in het weiland bij de geiten

Dit is de tweede overnachting zonder stroom maar dat is geen enkel probleem met de stroomvoorziening van de accu. Het is wel een compleet andere setting dan onze ‘wilde’ plek op het domaine aan de Côte d’Azur – de schooiende honden die we hier treffen illustreren het contrast heel behoorlijk. Desalniettemin zitten wij hier prima en het lukt ook nog om Jens even te laten fietsen in de straat. Daarbij maken we gelijk kennis met de plaatselijke jeugd die aan het voetballen is.

Romeinse opgravingen

De volgende morgen ontdek ik achteraan het kampeerveld een markering van een wandelpad. Wanneer ik het volg sta ik binnen de kortste keren heel wat hoger op de heuvel tussen de wijnranken en heb ik een geweldig uitzicht over het dorp, de bergen en onze camper op het veldje. We besteden minder dan 24 uur in Macedonië dus alle indrukken van het land zijn meegenomen. Direct na mijn miniwandeling vertrekken we. Het is vandaag maandag en het dorp komt weer tot leven. We zijn een bezienswaardigheid met de camper. Je ziet ze denken: “Wat hebben buitenlanders met zo’n ding te zoeken in ons dorpje?”

RLC uitzicht
Uitzicht op bergen, Demir Kapija en de camper

Onderweg naar de Servische grens passeren we een aankondiging van archeologische opgravingen van Stobi. Het complex blijkt pal aan de snelweg te liggen en we gaan kijken. Na twee kaartjes van €2 per stuk gekocht te hebben lopen we het terrein op waar we gelijk goed beginnen met een antiek theater. In de eerste eeuwen na Chr. was Stobi een welvarend stadje – een handelscentrum voor zout – op een kruising van handelsroutes. Bij een oude kerk met een mooie mozaïekvloer zien we heel wat werklui en ook verderop lopen archeologen en onderzoekers rond. Jens ziet deze wandeling als een leuke speurtocht: waar loopt het wandelpad dat we moeten volgen? Op een informatiebord staat vermeld dat Stobi wordt gerestaureerd met steun van de EU; dat is duidelijk te zien. Hopelijk komen er genoeg bezoekers om die steun rendabel te maken – wij waren tijdens ons bezoek de enigen. Blij met deze culturele toevoeging aan onze Macedonische kennismaking gaan we verder naar het noorden.

Stobi
Het antieke theater van Stobi met de prachtige Macedonische vlag op de achtergrond

De grensovergang met Servië gaat vlekkeloos – er zijn veel minder wachtenden dan gisteren en wij hoeven de camper niet open te maken. Dat hielden we voor mogelijk toen mensen voor ons de kofferbak moesten openen. Binnen tien minuten rijden we in Servië en direct is de snelweg vele malen beter. Wel houdt ‘ie plotseling op en rijden we op een eenbaansweg met alleen een stippellijn in het midden, maar vlak voor Vranje zoeven we weer over de gladde – en nagenoeg lege – tweebaanssnelweg.

Kennismaking met Servië

In de buurt van Vranje, in het zuiden van Servië, ligt camperplaats ‘Enigma’. Een begrip onder camperaars, zo ontdekten wij al eerder. Op doorreis van of naar Griekenland is deze plek favoriet voor een overnachting, en dat begrijpen wij wel. Een camperplaats is meestal wat minder sfeervol dan een camping en heeft minder voorzieningen. De behulpzame eigenaren, de rustige ligging tussen landbouwgronden en het restaurant zorgen dat Enigma meer als een camping aanvoelt. Ook zijn er twee grote zwembaden. Eén daarvan is nu nog niet in gebruik, maar aan de ander hebben wij met z’n drietjes meer dan genoeg. Aangezien de meeste mensen ’s avonds aankomen en de volgende dag weer vroeg vertrekken hebben wij het zwembad voor ons alleen op de volle dag die we hier doorbrengen.

Vranje plek
Onze plek op camperplaats Enigma met typische vakken
Vranje zwembad
Zwembad met uitzicht op Vranje
Vranje landelijk
Een landelijk tafereel vlakbij de camperplaats

Ook fietsen we naar Vranje – onze eerste echte kennismaking met Servië – wat voor mij weer prima functioneert als een middagje sporten. De plaats ligt op het begin van een berghelling waardoor we op de heenweg vier kilometer lang licht omhoog fietsen. Met een zware fiets, een kind van rond de achttien kilo achterop en een temperatuur van 30 graden is dat een heuse workout.

Bij binnenkomst in het stadje prijkt op een groot bord de tekst “The European Union supports development in Vranje.” Servië is kanditaat-EU-lid, net als Macedonië. En wat we zien kunnen we dan ook plaatsen; Vranje is een mix van oud en nieuw, modern en ouderwets. De jonge mensen lopen er heel westers bij en de ouderen missen regelmatig wat tanden en hebben verweerde koppen. Voor de gebouwen, de winkels en de auto’s geldt het ook – een hippe sneakerwinkel naast een morsige doe-het-zelf-zaak, een trendy café tegenover een traditioneel ogend restaurantje. En oude Lada’s en Yugo’s naast nieuwe auto’s van moderne merken. Van veel huizen is de bovenverdieping niet af; het dak zit er op maar de stenen muren zijn nog kaal en de uitsparingen voor de ramen zijn vaak afgedekt met planken of opgevuld met bakstenen. Het postkantoor is een groot modern  gebouw met spiegelende ruiten dat centraal ligt aan een pleintje met fontein. Jens rent en wij kijken er lekker rond. In de moderne IDEA supermarkt slaan we onze eerste Servische dinars stuk – we kopen voor een habbekrats wat boodschappen. Het prijspeil ligt hier beduidend lager dan in de voorgaande landen. We zijn voor het eerst in deze reis op een plek waar men niet gewend is toeristen te zien, dat blijkt uit alles. We vinden het heerlijk om in een land te zijn waar het leven gewoon is zoals het is, (bijna) niet aangepast aan vakantiegangers.

Vranje auto
Een kleurrijke Yugo
Vranje kwartetten
Kwartetten op de camping

De ochtend van vertrek uit Vranje verschijnt er een camperaploegje op de camping. Ze maken opnamen voor een dagelijks middagprogramma op de nationale tv, “150minuta”, dat – zoals de naam suggereert – 2,5 uur duurt. Sonia, de vrouw met de microfoon, interviewt meerdere gasten over hoe ze van de camping afweten en wat ze ervan vinden. Ook ik mag mijn zegje doen en waarschijnlijk heb ik die middag mijn debuut gemaakt op de Servische nationale tv. Helaas hebben we geen mogelijkheid om het zelf te zien!

Vranje interview
Interview voor het tv-programma ‘150minuta’
Breskovac krantje
Onderweg: lekker je krantje lezen achterin de tractorbak
Waterpret

Omdat we op 23 juni mijn moeder, zus en schoonzus ophalen van het vliegveld van Belgrado – daar is het antwoord op mijn vraag uit de vorige blog – hebben we tot die tijd een planning gemaakt. Servië is bijna twee keer zo groot als Nederland maar heeft niet veel campings. Zie de kaart op deze handige website; hierop staan er ongeveer dertig. Bij Jagodina ligt er één mooi op onze route en wanneer ik op Google Maps kijk waar ‘Ruza Vetrova’ (ofwel ‘windroos’) precies ligt duikt het Aquapark op, met foto’s die ons heel enthousiast maken. Het ligt op maar anderhalve kilometer van de camping, dus daar willen we absoluut heen. De camping bevindt zich op een heuvel aan de rand van de stad, en het weggetje ernaartoe is steil, smal en eenrichtingsverkeer. Dit weten we van de website campercontact.com waarop deze camping ook opgenomen is. De informatie klopt, maar de camper kan het prima aan en ook op de minicamping die Ruza Vetrova is lukt het goed om de camper op een mooi plekje te manoeuvreren. We zijn de enigen met een camper; verder zijn er nog twee Duitse backpackers met een minuscuul tentje die hier een week willen blijven, en een Braziliaan die per fiets reist. Hij heeft afgelopen winter Nieuw-Zeeland rondgefietst – een dankbaar gespreksonderwerp – en is nu al een aantal maanden door Europa aan het fietsen. We kletsen heel wat af en dezelfde avond nog heeft hij een uitnodiging op zak om in onze achtertuin te kamperen wanneer hij in Amsterdam is.

De volgende dag zijn we vroeg klaar om naar het Aquapark te gaan. Om 10 uur gaat het open en dan willen we er ook zijn, want op de dag van aankomst hadden we al gezien en gehoord dat het in de middag een drukte van jewelste is. We lopen de steile heuvel af en kijken onze ogen uit in het kleine maar prachtige stadspark dat op de looproute – en nog steeds op een helling – ligt. Er zijn daardoor veel trappetjes en verschillende paadjes. Het achterste deel van het park is een bos met picknickbanken en vooraan raast een enorme kunstmatige waterval met ernaast een terrasgedeelte. Ook een speeltuintje ontbreekt niet en er is zelfs een heus parktheater. Er zit een hoop creativiteit in dit kleine park.

Jagodina park waterval
De grote waterval in het stadspark van Jagodina
Jagodina park
Paden en fonteinen in het stadspark
Jagodina park ijsje
Jens houdt van zijn ijsjes!

Het Aquapark blijkt op alle fronten te zijn wat we ervan hoopten – en meer. We betalen 500 dinar per volwassene (ongeveer €4) en 300 dinar voor Jens. In de ochtend zien we veel opa’s en oma’s met kinderen en is het heerlijk rustig. Het park bestaat grofweg uit drie delen; twee grote ondiepe baden met klimtoestellen en glijbanen voor kinderen, een 50-meterbad, en een gedeelte met lange hoge glijbanen. Centraal is een groot gedeelte gevuld met ligbedden en parasols (100 dinar per ligbed) en voor de inwendige mens zijn er diverse snackbars waar je onder andere palacinka kan kopen; een grote pannenkoek besmeerd met een soort chocoladepasta, opgevouwen in een puntzak. Er is zat personeel – bij elke glijbaan zijn er boven én beneden jongens die goed opletten, en de vele toiletten worden constant schoon gehouden.

Waterpark glijbanen
De grote glijbanen in het Aquapark
Waterpark piratenschip
Een piratenschip met glijbanen

Jens vindt het helemaal geweldig hier. Dapper trotseert hij de hardste waterstralen en in alle mogelijke posities gaat hij de leuke glijbanen af. Hij weet van geen ophouden – als papa of mama eens een glijbaan wil doen en hij dus met een van ons bij de spullen moet blijven is dat een hinderlijke onderbreking. Ook Léon en ik hebben een geweldige dag; het is heerlijk om Jens zo blij te zien, we houden zelf ook wel van die glijbanen en bovendien is de verkoeling heel welkom nu de temperatuur overdag gestegen is naar minstens 36 graden.

Waterpark Jens trap
Door de watervallen heen de trap op
Waterpark Jens glijdt
Lekker glijdend het water in

’s Avonds maken we op de camping kennis met de eigenaar, die aan Jens vraagt waarom hij gehuild heeft – zijn ogen zijn nog steeds rood van de chloor na vier uur plonsen in het Aquapark. We gaan die avond uit eten bij “Etno Konak”, een restaurant in traditionele stijl met dito gerechten, uitkijkend over de stad. We smullen er van gegrilde kaas, heekfilets en pittige gehaktballen, aangevuld met een salade. Als we klaar zijn is nog lang niet alles op. We krijgen de restanten mee in een doggy bag, die snel in ons campervriezertje verdwijnt.

Etno Konak stoelen
De traditionele inrichting van Etno Konak
Etno Konak uitzicht
Lekker en veel eten met prachtig uitzicht
Etno Konak proost
Proost op Jagodina en Servië!

En dan is de dag aangebroken waarop we familiebezoek ontvangen. De vlucht van Eindhoven naar Belgrado heeft als aankomsttijd 16.50 uur, waardoor we nog mooi wat tijd hebben om overdag de hoofdstad te verkennen. Daarmee zal de volgende blog beginnen.

Servië vinden we – tot nu toe – in alle opzichten een fijn land. Het is mooi groen en heeft veel heuvels en bergen waardoor het rijden heel afwisselend is. Ik zou een andere keer graag meer van de bergen willen zien, maar dat vinden we met een camper niet zo’n goed idee. De mensen zijn erg vriendelijk. Nu we een paar woorden Servisch kennen breekt bij iedereen spontaan een glimlach door – dat verwachten ze niet. Binnenkort meer over Servië!

8 comments

  1. Wow Anke…wat maken jullie een gave reis en je schrijft fantastisch😉 Goede veilige reis verder! Waiting for the next blog👍 groetjes Karin 🙋‍♀️

    Like

  2. Wat heerlijk om te zien! Zeker de Balkan wil ik ook verder ontdekken. Goed om te lezen dat de grensovergangen redelijk makkelijk verlopen. Ik ga plannen voor komend jaar 🙂

    Like

  3. Jeetje die Jens heeft maar mooi zijn eigen fiets gered! En ik kan me voorstellen dat hij fan is van het waterpark, ziet er indrukwekkend uit! Gave reis hoor!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s